Brusselse wafels


Brusselse wafels
Met enige regelmaat gaan we naar Antwerpen. Gewoon lekker rondlopen in de stad, shoppen, echte Belgische patat eten op de zaterdagse markt, chocolade en brood kopen. Boodschappen doen in de Carrefour in Merksem op de terugweg. Een dagje België is echter niet compleet als we niet een lekkere wafel gegeten hebben. En als je in Belgie rondloopt wil je natuurlijk ook de enige echt Brusselse wafels eten. Een knapperige wafel die zich goed leent om te versieren. Gelukkig kun je thuis ook België een beetje dichterbij halen want Brusselse wafels kun je heel eenvoudig zelf bakken; lekker!

Belgische wafels, je hebt ze in meerdere soorten. Zijn er eigenlijk meer soorten wafels dan de Brusselse en Luikse? Ik zou het niet weten. De Luikse wafels zijn heerlijk zoet en daar ga ik me binnenkort aan wagen. Het is bijna kerst en daarom kies ik voor de iets elegantere wafel, een krokante wafel, vaak te vinden in restaurants met een lekkere toef slagroom, ijs, fruit of chocolade.

Verschil Brusselse wafel en Luikse wafel

Een Brusselse wafel is rechthoekig van vorm, het beslag is ook iets dunner. Een Luikse wafel is vaak ovaal van vorm. Het beslag is iets dikker en bevat parelsuiker die je overal in de wafel tegen komt.


Tja, hoe kwam het eigenlijk dat ik zo fanatiek aan het experimenteren sloeg? Dat kwam door het recept dat ik vond op internet dat afkomstig was uit een van mijn favoriete kookprogramma’s op de zender één in België: Dagelijkse kost gepresenteerd door Jeroen Meus. Het betreft een recept voor 4 personen en goed voor zeker 12 wafels. Mijn wafelijzer van Domo, ontworpen in samenwerking met Piet Huysentruyt is afkomstig van het eigentijds webwarenhuis Fonq.nl en met het beslag heb ik wel 20 wafels gebakken! Beetje veel natuurlijk, maar dat gaf me wel de ruimte om steeds iets anders te proberen met het beslag.

Recept Brusselse wafel

Naar recept van Dagelijkse kost; Jeroen Meus

Benodigdheden voor 16-20 stuks:

  1. 450 gram zelfrijzend bakmeel (of bloem met bakpoeder naar verhouding)

  2. 3 eieren

  3. 150 gram gesmolten boter

  4. 375 gram lauwe melk

  5. 375 gram lauw water

  6. 20 gram verse gist (vaak te krijgen bij je eigen bakker)

  7. een snufje zout

Eventueel: wat extra smaak door in de mix, vanille, suiker, bruine basterdsuiker, kaneel, speculaas of koekkruiden, malibu of andere likeur, nutella, speculoos of wat je in huis hebt en lekker lijkt om mee te bakken.

Recept Brusselse wafels

  1. Weeg alle ingrediënten zorgvuldig af.

  2. Neem twee schalen en scheidt de eieren. In de ene schaal doe je de dooiers, en de andere het eiwitten. De schaal waar het eitwit in gaat moet goed ontvet zijn met zeep of eventueel een beetje citroensap.

  3. Klop de dooiers los.

  4. De melk verwarmde ik kort voor in de magnetron zodat het lauw was en de gist niet zo “schrikken” van de koelkastkoude. De melk kan samen met de gist bij de eidooiers. Mix het geheel met de garde.

  5. Voeg het lauwe water toe bij het beslag.

  6. Voeg het gezeefde zelfrijzend bakmeel toe en een snufje zout. Klop het beslag goed door tot je geen klontjes meer ziet.

  7. Verwarm de boter langzaam op een pitje en voeg dit bij het beslag.

  8. Klop de eiwitten op met de mixer tot er een stevig wit schuim ontstaat.

  9. Spatel het eiwit voorzichtig door het beslag om zoveel mogelijk lucht in het beslag te houden.

  10. Voeg nu eventueel een smaakje toe; nutella, speculoos, kaneel, suiker, likeur. Wat voeg jij graag toe?

  11. Het beslag moet zo’n 20 minuten rusten op een tochtvrije plaats.

Dit wafelijzer van Domo uit de winkel van Fonq.nl is 2-3 minuten warm en klaar voor gebruik. Ik vet het heel licht in met een beetje boter.

Vul het ijzer aan beide zijden en doe het apparaat dicht. Er ontsnapt heel veel stoom. Al na 1,5-3 minuten zijn de wafels klaar, afhankelijk van de stand van het ijzer.

Brusselse wafels maken een krokant geluid als ze klaar zijn. Deze wafels zijn gebakken met kaneel en vanillesuiker. Daarom zijn de wafels iets donkerder van kleur.


Voor de kerstvariant van Brusselse wafels verwarm ik van 100 gram chocolade 2/3 deel au bain Marie tot 47 graden en haal de schaal van het vuur. Hierna voeg ik het restant 1/3e deel toe aan de gesmolten chocolade en roer tot de rest van de chocolade is opgelost.

Als de chocolade is afgekoeld tot 30 graden (temperen van chocolade) spuit ik kerstboompjes van de chocolade op een lollystokje. Hierop doe ik kleine sterretjes die ik vorig jaar vond ik mijn surprise met Sinterklaas.

Omdat de chocolade getemperd is zijn de kerstbomen snel hard, knakken ze bij het eten en glanzen ze mooi.

Voor een feestelijk toetje krijgt iedere Brusselse wafel een bol vanille-ijs met hier overheen witte chocolade. Prik een gaatje in de bol (met een warm satéstokje, het chocolade is hard en koud door het ijs en anders breekt het chocolade of maak je het bolletje ijs kapot.

Een kerstboom wordt dan in de bol geplant.

Poedersuiker maakt dit winterlandschap compleet. Zelfs de sterretjes zijn bedekt met een laag sneeuw.

Winter wonderland met kerst. Ook aan tafel.

Fijne feestdagen!

0 opmerkingen

Gerelateerde posts